Großraumwagen

Iedere liefhebber heeft zijn voorkeuren, Bij mij hebben de Duitse Großraum-trams een speciale plaats. Het waren in veel Duitse steden de oudste trams die ik als liefheber gefotografeerd heb toen ik mijn eerste reizen naar het nabije buitenland maakte. Bovendien reden er twee uit Duitsland overgenomen Großraumwagen vanuit mijn geboortestad Rotterdam naar Oostvoorne en Hellevoetsluis.

 

ASEAG 1010

Waggonfabrik Talbot bouwde voor de lokale Aachener Straßenbahn und Energieversorgungs A.G. (ASEAG) van de Düwag-trams afgeleide Großraum-wagens. In 1957 kwamen de elf fraaie vierassers 1001-1011 in dienst. De trams waren qua afmetingen en deurindeling gebaseerd op de door Düwag aan de Vestische Strassenbahnen geleverde trams 352-368. Net als de wagens uit het Vest hadden de Akense tweerichtingwagens een elektropneumatische installatie van Kiepe volgens Zwitsers Sécheron-ontwerp. In de laatste jaren van de tram in Aken werden de wagens rood geschilderd. Na opheffing in 1974 van de van het eens zo grote net overgebleven tramlijn naar het aan de Nederlandse grens gelegen Vaals werden zeven wagens uit deze serie verkocht naar de Snaefell Mountain Railway op het eiland Man in de Ierse Zee. De elektrische installaties van het zevental trams uit Aken werden gebruikt om de oude vierassers van deze bergtramlijn te moderniseren. De wagenbakken van de Großraum-wagens werden na het ontnemen van de benodigde onderdelen gesloopt.

 

De leeggeplukte wagenbak van tram 1010 stond nog jarenlang bij de remise en werkplaats van de Manx Electric Railway in Douglas. Bij mijn bezoek in 1983 zat het afgebeelde nummerbordje nog in de tram. Toestemming om het bordje uit het wrak te schroeven kreeg ik zonder voorbehoud. Sindsdien houdt dit piepkleine Resopal-bordje voor mij de herinnering levendig aan de fraaie Großraum-wagens van Aken. 

 

Tram 1006 uit deze serie is museaal bewaard gebleven en valt te bewonderen in het Musée des Transports en Commun de Wallonie in Luik.

DB ET 195.01

Düwag leverde in 1954 twee bijzondere Großraum-wagens aan de Deutsche Bundesbahn (DB). De trams zouden een gevarieerde loopbaan tegemoet gaan! Het tweetal was bestemd voor de DB-tramlijn Ravensburg-Weingarten- Baienfurt. De trams waren geschikt voor het rijden in treinschakeling. Omdat alle halteplaatsen aan één kant van de baan lagen, hadden deze tweerichtingtrams slechts deuren aan één zijde. Toen de 6,6 kilometer lange tramlijn op 30 juni 1959 vroegtijdig opgeheven werd, maakte de bijzondere uitvoering van de trams een tweedehandsverkoop lastig. Uiteindelijk kocht de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM) de trams in 1961 voor een bescheiden bedrag.

 

Toen de wagens na aanpassing door carrosseriefabriek Hoogeveen op het Handelsterrein in Rotterdam aankwamen, mocht Hans Oerlemans er enige Duitstalige bordjes uithalen. Het DB-nummer ET 195.01 en de Duitstalige opschriften waren immers niet meer nodig. De wagen ging na verdere aanpassing samen met het zusterrijtuig en een nieuw gebouwde diesel-generatorwagen als 17.01 in het Sperwer-tramstel dienst doen. Ook bij de RTM duurde de inzet slechts kort. In 1965/66 werden de laatste interlokale streektramlijnen naar Oostvoorne en Hellevoetsluis opgeheven.

 

Uiteindelijk heeft het tramstel het langst dienst gedaan bij de Oostenrijkse Zillertalbahn waarheen het in 1966 verkocht was. Versmald naar een spoorwijdte van 760mm deed het stel dienst tussen Jenbach en Mayrhofen. In 1999 was het tramstel in Oostenrijk niet meer nodig en kon het verworven worden voor de museumtramlijn van de Stichting RTM in Ouddorp. Daar is het teruggebracht in de rood-crème uitvoering van de RTM en rijdt het onder de nummers 17.01+17.00+17.02 op de toeristische tramlijn over de Brouwersdam.

Vestische Straßenbahnen  355

Bij een van mijn eerste bezoeken aan de Vestische Strassenbahnen heb ik de laatste Großraumwagens van dat trambedrijf nog op straat gezien. In de jaren zeventig bevond het interlokale tramnet zich al in de opheffingsfase; jaar na jaar verdwenen er trajecten. Op 3 oktober 1982 zou de laatste tramlijn gesloten worden. Zes Großraumwagens van de Vestische ontmoette ik later in Lille. Die trams hadden in 1980 het Ruhrgebied voor Noordfrankrijk verruild. De afgebeelde tram 355 was toen echter al gesloopt.

 

De fraaie Düwag-trams van de Vestische maakten op mij een onuitwisbare indruk. Op de landelijke tramlijnen kon je de trams met hun jankende Sécheron-lamelaandrijving al van verre horen aankomen. Het meerijden in zo'n tram was keer op keer een akoestisch feest! Toen ik kennismaakte met deze trams droegen ze de groene kleur niet meer. Vanaf het moment dat er alleen nog maar trams met passagierscirculatie reden, had men de wagens weer crème met een lichtgroene band geschilderd.

 

Mijn vreugde was groot toen ik via de veiling-website Ebay een complete set bordjes uit de gesloopte Großraumwagen 355 van de Vestische kon kopen. Er stond bij het veilingkavel slechts een summiere omschrijving maar ik herkende de tekstplaatjes in één oogopslag. Blijkbaar was er weinig interesse in de gegeraveerde kunststofplaatjes want ik kon ze voor een vriendelijke prijs verwerven.

 

Sommige trambedrijven - waaronder  de Vestische - monteerden nummerbordjes met als toevoeging de letters A en B voor het aanduiden van de voor- en achterzijde van de tram. Vooral bij tweerichtingwagens met identieke bestuurdersposten aan beide zijden is dat nuttig om voor- en achterkant van de wagen duidelijk aan te kunnen duiden.

SNELRT 367

In 1980 kampte de SNELRT (Sociéte Nouvelle de l' Electrique Lille-Roubaix-Tourcoing) met een materieeltekort. De 28 vierassers 501-528 uit 1949-50 waren dertig jaar oud en kwamen aan het eind van hun levensduur waardoor er steeds vaker wagens door storingen uitvielen. Bovendien nam het vervoer toe.

 

Bij de Vestische Strassenbahnen waren de resterende Grossraumwagens door opheffingen op dat moment werkloos geworden. Van de tweede reeks 352-368 waren al elf wagens gesloopt. De SNELRT kon de resterende zes wagens 352, 353, 362, 363, 365 en 367 op gunstige voorwaarden overnemen. Na een modernisering waarbij de trams in frisse kleuren werden geschilderd, volgde inzet op de interlokale tramlijnen van Lille naar Roubaix en Tourcoing. Qua afmetingen en capaciteit pasten de Grossraum-wagens prima bij de vierassers van de SNELRT. Op de lange rechte boulevards konden de wagens hun kunnen tonen en jankten de Kiepe-motoren met Sécheron-lameloverbrenging naar hartelust. In 1986 werden de wagens gemoderniseerd waarbij ook de interieurs een opfrisbeurt kregen. Daarbij werden zelfs de plaffonds met vloerbedekking bekleed! Bij die modernisering is ook het afgebeelde nummerplaatje in de stuurstand aangebracht.

 

Na de totale opheffing van de Vestische Strassenbahnen verhuisden ook de meeste gelede trams naar Noord-Frankrijk, toen er vervolgens nog enige gelegenheidskoopjes van gelede trams plaatsvonden was er geen emplooi meer voor de Grossraum-trams. In 1989-91 zijn ze afgevoerd. Via mijn tramvriend Jaap kwam ik in het bezit van het nummerbordje uit de gesloopte wagen 367. Van de zes Grossraum-wagens is de 362 bewaard in de museumcollectie van de vereniging Amitram.

 

Nummerbordje uit Großraum-wagen 1010 van de ASEAG te Aken. 52x17 mm, 1957.

Talbot-Großraumwagen 1010 in de crème kleur van het trambedrijf van Aken werd op 4 oktober 1969 gefotografeerd door Hans Oerlemans.

Bordje uit Elektrische Triebwagen 195.01 van de Deutsche Bundesbahn

91x20 mm, 1954.

Großraumwagen ET 195.01 van de Deutsche Bundesbahn wacht op 10 december 1957 in Ravensburg de vertrektijd naar Baienfurt af. De trambestuurder heeft de bestemmingsfilm nog niet verdraaid. Na opheffing van de tramlijn in 1959 werden de twee moderne Düwag-motorwagens aan de RTM in Rotterdam verkocht. Foto W.C.Janssen.

Twee nummerbordjes die op het A- en het B-balkon van tweerichting Großraumwagen 355 gemonteerd waren. Resopal 69x34 mm, 1954.

Tweerichtingwagen 355 uit de tweede reeks Großraum-trams van Düwag voor het interlokale tramnet van de Vestische Strassenbahnen. De wagen draagt hier nog de groene kleur die passagierscirculatie met instappen bij de achter in de wagen zittende conducteur aangeeft. Hans Oerlemans fotografeerde de tram aan de Nordring in Gelsenkirchen Buer op op 20 juli 1963.

In Lille werden ook de interieurs van de overgenomen Grossraum-trams gemoderniseerd en werden er nieuwe opschriften in de wagens aangebracht. Het kunststofplaatje is nieuw maar het Vestische-wagennummer 367 is gehandhaafd. Kunststof 50x50 mm.

De door de SNELRT in het Franse Lille overgenomen Grossraumwagen 367 in frisse rood-wit-zwarte beschildering.

Lees meer:

Terug naar: