Ook in het buitenland

In de ons omringende landen werden moderne eenmanswagens en zelfbediening in de tram soms eerder ingevoerd dan in Nederland. In de oostblok-landen was de arbeidsmarkt krap. In die landen deed men al vroeg pogingen om rijtuigen in twee- en driewagentramstellen onbemand te laten rijden. Het publiek werd in die landen geacht om door middel van wederzijdse controle toe te zien op het gewenste betaalgedrag van de medepassagiers.

NMVB Brabant, Metalen schijf, beschilderd, d=347 mm, ca. 1965.

ÉÉn Agent

In de eerste helft van de jaren zestig werd een groot deel van de tot Type Eugies (TE) gemoderniseerde standaardmotorrijtuigen van de groep Mons naar Brussel overgebracht. Uit deze gemoderniseerde wagens waren de schotten tussen balkon en reizigerscompartiment verwijderd. Bovendien waren de schuifdeuren pneumatisch bedienbaar gemaakt. Met hun overzichtelijke interieur waren de TE-wagens goed geschikt om als eenmanswagen ingezet te worden.

Op de tramlijn naar van Brussel Noord naar Londerzeel werden de TE-wagens vanaf 1965 op stille uren als eenmanswagen gebruikt. Op het front gaf een rond bord "1 agent" de inzet als eenmanswagen aan. Er diende dan voor ingestapt te worden. Op de zijwanden gaven omkeerbare borden "Ingang / Entrée & Geen ingang / Entrée interdite" het instapregime aan.

De proef met eenmanswagens in de rustige uren werd een succes. Spoedig werden ook moderne N- en S-motorwagens voor de eenmansdienst ingericht. Die trams verschenen onder andere op de buurtspoorlijnen L naar Londerzeel, G naar Grimbergen, S naar Strombeek en W naar Wemmel.

Ondanks de economische inzet van eenmanswagens ging het aftakelingsproces van de Brabantse buurtspoorlijnen door. In 1978 werden de laatste drie buurtspoorlijnen vanuit Brussel opgeheven.

Voor instappen

Het bescheiden trambedrijf van Krefeld was al vroeg door de omstandigheden gedwongen om spaarzaam met de bedrijfsmiddelen en de inzet van personeel om te gaan. 

De vierassige Grossraum-wagens uit de jaren vijftig waren uitermate geschikt om als eenmanswagen ingezet te worden. Ook hier koos men voor eenmansbediening gedurende de rustige uren en inzet van een conducteur in de "Hochverkehrszeit". 

Dit bord was in een houder op het balkonscherm aan de voorzijde van de tram aangebracht. Om de aanduiding van de tram snel te kunnen wisselen is het bord tweezijdig uitgevoerd. Bij aanwezigheid van een conducteur werd het bord gekeerd waarbij de crème achterzijde in de kleur van de tram getoond werd.

Het is opmerkelijk dat het bord exact dezelfde diameter heeft als de in Brussel bij de NMVB gebruikte borden. Zou de bedenker uit Krefeld informatie ingewonnen hebben bij zijn Belgische collega's? Hebben die vervolgens een bord als voorbeeld opgestuurd waarna de maatvoering in Krefeld overgenomen is?

De eenmanswagens werden in Krefeld een succes zodat ook gelede trams aangepast werden om op gezette tijden als eenmanswagen dienst te doen.

In tegenstelling tot Zwitserland (zie hieronder) was er in Duitsland geen sprake van een uniforme aanpak. Zelfs in het Ruhrgebiet met het aaneengesloten tramnet, kozen de meeste bedrijven voor een eigen - individuele - aanduiding van eenmanswagens of zelfbediening.

KREVAG Krefeld - Metalen schijf, omkeerbaar, achterzijde crème, d=347 mm ca. 1966.

VBZ Zürich - Bedrukt karton gelamineerd in doorzichtige kunststof. Afmetingen 585x248 mm, ca. 1970.

Het wakend oog

In Zwitserland werd het oog het algemene symbool om zelfbediening in het openbaar vervoer aan te geven.

Zowel op autobussen, trolleybussen, lokaalspoormaterieel als trams werd het wakend oog toegepast. Trams en bussen met zelfbediening werden ook op de kop van een symbool met "oog" voorzien.

Dit bord verwijst naar het aanhangrijtuig waar wel een conducteur aanwezig is om abonnementen en overstapjes te controleren. Het bord was in de motorwagen achter één van de zijruiten geplaatst zodat de tekst van buitenaf leesbaar was.

 

De bordjes verhangen

Veel trambedrijven waren aarzelend bij het invoeren van zelf- of eenmansbediening. Men gaf er de voorkeur aan om het publiek rustig te laten wennen aan een economischere manier van ritprijsinning. Door op stille uren met een beperkt passagiersaanbod eenmansbediening toe te passen spaarde men de kosten voor een conducteur uit. Op drukkere uren met veel reizigers kon een tweede personeelslid voor de kaartverkoop ingezet worden.

In België was als benaming voor de kaartverkoper de titel "ontvanger" gebruikelijk. Hiernaast zijn voor- en achterzijde van een bord uit Antwerpen afgebeeld. Bij eenmanbediening moest voor ingestapt worden. Wanneer de ontvanger zijn zetel achter in het rijtuig betrokken had diende men het tramrijtuig aan  de achterzijde te betreden.

De Maatschappij voor het Intercommunale Vervoer te Antwerpen (MIVA) begon in 1966 met de aanpassing van tweeassige tramrijtuigen voor eenmanbediening. In het geval van tweemanbediening werd er aan de achterzijde ingestapt. Nabij het achterbalkon was een vaste zetel voor de ontvanger geïnstalleerd. Op de betaaltafel werd een mechanisch handbediende stempelautomaat van het fabrikaat Poortman voor het afstempelen van rittenkaarten gemonteerd. 

Uiteindelijk werd bij vrijwel alle trambedrijven definitief gekozen voor kaartverkoop door de trambestuurder. Vanaf dat moment bestond er weer een uniform instapregime en behoefden de bordjes niet meer verhangen te worden.

MIVA Antwerpen - Omkeerbaar aluminium bord. 480x200 mm, ca. 1966.

Terug naar:

Maak jouw eigen website met JouwWeb